SCHENKINGEN SCHENKING BIJ AKTE OUDERS EN KINDEREN
Bij de bespreking van schenkingen komt de strijdvraag naar voren, wie van de
twee het grootste genoegen aan een schenking beleeft: de schenker of de
begiftigde? Zeker is, dat de schenker méér voldoening heeft naarmate de
begiftigde zich met de gift opgetogener toont. In onze welvaartsmaatschappij
worden dagelijks duizenden cadeautjes uitgedeeld, dus schenkingen gedaan:
het aanbieden en accepteren van een sigaar of een sigaret, een drankje, het
deponeren van geld in een collectebus, het geven van een verjaarscadeau.
Vanzelfsprekend heeft de wet voor dit soort 'gebaren' geen notariële akte
voorgeschreven. Het zijn allemaal voor iedereen regelmatig terugkerende
handelingen. Zij betreffen goederen die van hand tot hand gaan, geld of
tastbare voorwerpen, die door overreiking van eigenaar wisselen.
Zodra een schenking andere zaken - bijvoorbeeld een huis - betreft, is wèl
een notariële akte vereist.
Dit is eveneens het geval, wanneer iemand zich uit vrijgevigheid verbindt om
periodiek - bijvoorbeeld jaarlijks - een bepaald bedrag aan een instelling
van liefdadigheid uit te keren.
Ook indien door de wet geen notariële akte is voorgeschreven, verdient die
akte de voorkeur zodra het om een aanzienlijk belang gaat. Daarmee schept
men tegenover de belastingdienst of anderen het bewijs, dat de schenking
inderdaad heeft plaatsgevonden.
Ter besparing van successierecht (belasting over de erfenis) doen ouders
vaak schenkingen aan hun kinderen. Samen mogen zij jaarlijks aan ieder kind
ruim ƒ8.000,- belastingvrij schenken. Dit bedrag wordt jaarlijks door de
Minister van Financiën aangepast. Bovendien bestaat er een eenmalige
vrijstelling van ruim ƒ40.000,- voor kinderen tussen 18 en 35 jaar; op deze
vrijstelling moet echter in de schenkingsaangifte een beroep gedaan worden.
Naarmate het vermogen van de ouders groter is, levert een schenking aan hun
kinderen méér besparing van successierecht op. Dit is een gevolg van het
feit dat het percentage van het te betalen successierecht stijgt naarmate de
erfenis groter is. Wordt de erfenis van de ouder als gevolg van de schenking
verkleind dan is dus minder successierecht verschuldigd.
Het is duidelijk dat een ouder - hoe welkom successierechtbesparing ook moge
zijn - niet te lichtvaardig of op te jeugdige leeftijd tot daadwerkelijke
schenkingen zal overgaan. De ouders weten zelf immers ook niet wat hun te
wachten staat. En nog steeds gelden de twee oude gezegden: 'Een moeder kan
beter tien kinderen onderhouden dan tien kinderen één moeder' en 'Je moet je
niet uitkleden voordat je naar bed gaat'.
Is het besparen van successierecht de enige drijfveer, dan kunnen de ouders
hun toevlucht nemen tot het op papier schuldig erkennen uit hoofde van
schenking. Daarbij verklaren zij bij wijze van schenking een bepaald bedrag
aan hun kinderen schuldig te zijn en daarover een redelijke rente te zullen
vergoeden. Het geld wordt niet meteen uitgekeerd; het kind krijgt in plaats
daarvan een vordering op de ouder.
Het schuldig erkende bedrag is in principe pas opeisbaar bij het overlijden
van de ouders. Voor het doen van een dergelijke schenking is een notariële
akte noodzakelijk! Gelukkig maar, want hier liggen nogal wat voetangels en
klemmen, waarvoor alleen een deskundige de verantwoordelijkheid op zich kan
nemen. Vraag daarom op dit moeilijke (belastingtechnische) terrein van
schenkingen eerst advies aan een notaris.